De 30 centimeter-kerk

Een van de geschiedenislessen van de basisschool die ik me nog kan herinneren ging over scheurbuik. Scheurbuik is een dodelijke ziekte waar vooral zeelieden aan overleden. Dat kwam door een gebrek aan vitamine C. Doordat ze vroeger maanden op zee waren en onvoldoende gezond voedsel mee hadden, stierven velen aan deze ziekte. Ik kan me nog herinneren dat onze meester zei: ook op schepen die vruchten vervoerden, gingen mensen dood aan scheurbuik. ‘Hoe-kan-dat-nou?!’ dacht ik, ‘heb je vitamine C zo dichtbij en word je toch nog ziek!’

Vergelijk nu onze kerk eens met zo’n zeeschip dat vruchten vol met vitamine C (Gods liefde) vervoert. We zingen iedere zondag over de liefde van God en we raken er niet over uit gepreekt. Zouden er dan bij ons ook mensen last van scheurbuik kunnen krijgen? Een tekort aan liefde? Ik denk het wel. Eerlijk gezegd: ik ben daar een van. ‘Hoe-kan-dat-nou?!’ denk ik dan, ‘er is toch meer dan genoeg liefde in de kerk!’

Het komt denk ik door die beruchte 30 centimeter. De afstand tussen m’n hoofd en m’n hart. Ik weet het allemaal heel goed, misschien wel te goed. Te veel bezig met werk, kerk en andere belangrijke zaken, waardoor er onvoldoende tijd is om Gods liefde in m’n hart te laten landen. Vervolgens eis ik die liefde dan weer van anderen op, in plaats van het bij God te halen. Misschien herken je dat.

Ik droom van een Open Thuis waar we elkaar aanmoedigen om voor die laatste 30 centimeter te gaan. Een plek waar we Gods liefde kennen én beleven. Een plek waar Gods liefde herstel brengt. Een kerk waar we Zijn liefde met elkaar delen ook (of: juist) als bij een ander die 30 centimeter even verstopt zit. 

Uit Gemeenteblad Cifrah - oktober & november 2019

Schapen weiden

Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten –
spreekt God de Heer.
(Ezechiël 34:15)

Ezechiël 34 spreekt de leiders aan: de herders. Ze hebben hun volk niet goed geleid, maar zijn voor hun eigen genieten, rust, voordeel en wat nog meer gegaan. Dit ging allemaal ten koste van de schapen, die gewoon ‘geherderd’ moesten worden. 

Terwijl we dit stukje lezen, schiet me het verhaal van Jezus te binnen, die huilt om Jeruzalem, de mensen dwalen als schapen … een verwijzing naar dit oudere tekstgedeelte in Ezechiël? 

De Heer neemt het over. Hij zet de leiders aan de kant en gaat zelf zijn schapen leiden. En het eerste dat hij doet is niet – schapen scheren, selecteren wie ok of niet ok is, fokken, lange afstanden naar grazige weiden afleggen … nee, Hij weet dat de schapen, lees: de mensen, toe zijn aan rust. 

En dat is precies waar Hij mee gaat beginnen. Ik ga jullie weiden, en laat jullie rusten. Heerlijk. Wat een belofte, niet alleen voor het volk Israël, maar ook voor ons als christenen. Leiders zijn dienaren, en dienaren zijn we allemaal; dus laten we even bij onszelf te rade gaan: hoe dragen we zorg voor het hongerige, dwalende, zoekende schaap? In hoeverre zijn we betrokken bij de ons toevertrouwde mensen? En hoe manifesteren we ons? Ik hoop zo dat we de rust, zoals hier beschreven brengen: dat er oog voor jezelf en de ander is, dat we elkaar vast houden, met elkaar begaan zijn. 

De vakantietijd is bij uitstek een tijd om dichter bij God en bij jezelf en je directe omgeving te komen. Wanneer we ons ‘laten weiden’ door de Heer, is daar rust en ruimte. Voor jezelf en voor de ander die dit nodig heeft. 

Een hele fijne zomervakantie.

Uit Gemeenteblad Cifrah - augustus & september 2019

Ken je het witte konijn

Met z’n drietjes zaten ze op de veranda, de oude wijze christen met zijn hond en een jonge man, ook een christen. Op een gegeven moment stelt de jonge man een vraag aan zijn oude wijze broeder. “Broeder”, zei hij, “Waarom gaan sommige christenen de eerste jaren na hun bekering zo vol vuur en enthousiasme achter God aan, terwijl ze daarna vaak vervallen in lauwheid en in wekelijks ritueel naar de kerk gaan. Ik zie dan namelijk helemaal geen verschil meer tussen hen en mensen die geen christen zijn? En wat ik gehoord heb, is dat u niet bent zoals zij, dat u al uw hele leven God met veel passie zoekt in alles. Mensen zien iets in u, dat zij niet zien in andere mensen die christen geworden zijn. Wat maakt u nou zo anders broeder?”

De oude man glimlachte en zei: “Laat me je een verhaal vertellen. Op een dag zat ik hier op deze zelfde plek, lekker rustig in de zon met mijn hond, toen er plotseling een groot wit konijn langs rende. Mijn hond reageerde natuurlijk meteen en ging achter het konijn aan. Met passie volgde hij het konijn, door de velden en over de heuvels. En al snel sloten ook andere honden uit de buurt zich bij hem aan, aangetrokken door zijn geblaf. Samen gingen ze al blaffend achter het konijn aan, dwars door beekjes heen, door de doornstruiken, ze lieten zich door niets weerhouden om achter het konijn aan te gaan. Echter na verloop van tijd haakte de ene na de andere hond af. Ontmoedigd en gefrustreerd over de pittige jacht staakte ze hun achtervolging. Alleen mijn hond hield vol en bleef het konijn achtervolgen.”

“In dat verhaal broeder”, zei de oude man, “ligt het antwoord op jouw vraag.” Enigszins verward zat de jonge man een tijdje in stilte na te denken, tot hij uiteindelijk zei, “maar broeder, ik snap het niet. Wat is het verband tussen de jacht op dat konijn en het hebben van passie voor God?”

“Je begrijpt het niet”, zei de oude man, “omdat je de verkeerde vraag stelt. De vraag die je had moeten stellen is: Waarom haakten die andere honden af? En het antwoord op die vraag is, die andere honden hebben nooit het witte konijn gezien. Tenzij je de prooi ziet, is de jacht gewoonweg te ingewikkeld. ’t Zal je aan de passie en vastberadenheid ontbreken die noodzakelijk is om vol te houden.”

Lieve mensen, heb je passie voor God? Heb je Hem in je leven ontmoet … persoonlijk ervaren …? Zomaar twee vragen voor de komende zomer. Een belofte: wie God zoekt zal door Hem worden beloond (Hebr. 11:6).

Uit Gemeenteblad Cifrah - juni & juli 2019

Namen kleuren je leven

Ik ben Johanneke, de Jong, Lukasse. Drie namen, die allemaal iets over mij zeggen. Ik heb altijd moeite om ze in een adem op te noemen. Wanneer ik mij voorstel, bedenk ik snel of ze alledrie nodig zijn, ik twijfel even, en dan, meestal zeg ik ze toch alledrie, langzaam, alsof door komma’s uit elkaar gehaald. Wat is mijn belangrijkste naam? 

Johanneke? Ik hou wel van mijn naam, ook al was het geen handige naam om in Brazilië mee op te groeien! Het was voor de Brazilianen niet uit te spreken, en hoe die geschreven werd, was helemaal vreemd. Ik vond wel leuk dat het op mijn vaders naam leek, Johan, en dat het mama’s moeders naam was, Johanna. Ik vond het wel geinig dat de letterlijke vertaling van mijn naam in het Portugees ‘lieveheersbeestje’ is, Joaninha. 

Of is het Lukasse? Een naam waar ik wel trots op ben, deze heb ik dan nog in al mijn documenten laten staan. Dochter van Johan en Jeannette Lukasse, een familie waar ik graag bij hoor. Lukasse, voor mij staat dit synoniem voor een leven van avontuur, uitdaging en vertrouwen, een leven als zendingskind, mijn jeugd. 

Inmiddels heet ik ook De Jong. Is dit mijn belangrijkste naam geworden? Ik leid nog steeds een leven van avontuur, uitdaging en vertrouwen, maar het is nu anders. Ik ben nu de vrouw van Jonathan de Jong, moeder van Iara, Naomi en Elina de Jong. Ik heb mijn eigen gezinnetje. Eerst vond ik de naam De Jong niet zo interessant, het klonk een beetje … gewoon. Ik had mij altijd al een beetje on-gewoon gevoeld, zou deze naam wel bij mij passen? Grappig eigenlijk, hoe een naam zo belangrijk kan zijn, het wordt toch een stukje van jou, je identiteit.  

Toen we in Brazilië woonden, was de naam ‘De Jong’ niet zo gewoon. Verschillende keren keken mensen mij vreemd aan als ik mijn naam uitsprak, sommigen vroegen zelfs of ik uit Japan kwam! Nu, in Engeland, heeft de naam ‘De Jong’ voor mij steeds meer betekenis gekregen, omdat mensen hier elkaar aanspreken met de achternaam, zo zijn wij ‘The de Jong’s’.  

Drie namen, drie stukjes van mij, die ieder iets te maken hebben met mijn identiteit. Voor mij heeft identiteit altijd veel te maken gehad met bestemming. Wie ben ik en waar ben ik voor gemaakt? Zo vroeg ik God – in een tijd van gebed – om iets over mijn identiteit en mijn bestemming aan mij te openbaren. Weet je wat Hij toen zei? ‘Aquaduct…’ Wow, ik vond dit wel bijzonder. Ik vertel een volgende keer wel waarom!

Heb jij wel eens aan God gevraagd wat voor naam Hij voor jou heeft, en wat dit te maken heeft met jouw identiteit en bestemming? Je zou wel eens verrast kunnen worden!  

Johanneke, de Jong, Lukasse

Uit Gemeenteblad Cifrah - juni & juli 2019