Afgelopen oktober mocht ik voorgaan in de prediking en de gemeente meenemen op het pad van de schepping (Genesis 1) naar de herschepping (Openbaring 21). Een geweldige reis die wij als mensheid maken onder het toeziend oog van God. We mochten stiltaan bij het feit dat zowel aan het begin van onze geschiedenis als aan dat bijzondere moment van ‘opnieuw beginnen’, God het verlangen laat zien om met de mens op te trekken op een heel directe manier. Niet een relatie op afstand, maar een wandelen met elkaar, relatie bouwen en zij-aan-zij wandelen op het pad. God geeft dat vorm door een bijzondere plek te creëren, eerst ‘de Hof van Eden’, straks ‘het Nieuwe Jeruzalem’. Die directe omgang werd echter verstoord door de zondeval, het moment dat de mens zijn heilige status verloor en direct contact niet meer mogelijk was.
Gelukkig is het verlangen van God, om met de mens op te trekken gebleven. Het zal echter een andere vorm moeten krijgen: het concept ‘tempel’ was geboren. Een plek, waar met de nodige regels voor reinheid en heiligheid, de ontmoeting toch mogelijk was. De Bijbel laat zien dat dit echter een tijdelijke oplossing was. Een oplossing die heel kwetsbaar was en zoals ook gebleken is in de praktijk op de lange termijn, niet houdbaar was. Maar Gods verlangen om een ontmoetingsplek te hebben waar God en mens elkaar kunnen ontmoeten, blijft.
In het NT maken we kennis met de beloofde Messias. Hij is de ultieme plek van ontmoeting tussen God en mensen, in de persoon van Jezus Christus. Hij is God en mens tegelijkertijd en eveneens de enige oplossing voor de tot dan onoverbrugbare kloof tussen God en mensen. Jezus brengt ons de oplossing, die ieder mens die in Hem gelooft, de belofte geeft om straks in dat Nieuwe Jerusalem, weer voor het aangezicht van God te kunnen wandelen.
Ondertussen is Jezus tijdelijk teruggegaan naar de hemel om aan de rechterhand van God te zitten en heeft Hij ons de Heilige Geest gegeven om in afwachting van dat moment in de toekomst, ons leven te leven hier op aarde. Niet doelloos, maar juist met een doel, het vooruitzicht op de eeuwigheid én met een functie, een missie om van betekenis te zijn voor de mensen om ons heen. 1 Korintiërs 6:19 – Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God? Jezus heeft zijn functie tijdelijk gedelegeerd naar ons als gelovigen.
In afwachting van dat heerlijke moment in de toekomst, blijft dus één vraag: ‘Ben jij de ontmoetingsplek, de tempel, waar de mensen om jou heen God kunnen ontmoeten?’
Timothy Van de Vliet
Uit het gemeenteblad Cifrah - januari 2026

Het thema van die lofprijsconferentie was: ‘Send Judah first!’ Als je worstelt met situaties in je leven, is vaak het eerste wat verstomt het prijzen van God. Om dan de keuze te maken om dat toch te doen, gaat niet vanzelf, ook bij mij niet, ondanks mijn ervaring op De Bron. Het vraagt elke keer weer die beslissing: ‘Nu zal ik de HEER loven!’
Je kijken wordt sterk bepaald door de bril die je op hebt, al heb je dat vaak niet door. Dat is ook zo in je geloof. De bril die je op hebt en hoe je naar het geloof kijkt, is ontstaan door wat je geleerd hebt door ervaringen. Het gezin waar je uitkomt, het land waarin je woont, de school waar je naar toe bent gegaan en de kerk waar je onderdeel van bent.
Ik heb van de kinderdienst van zondag 16 januari genoten. Jong en oud bij elkaar, samen delen, slingers maken en samen cake eten! Het verhaal van de ‘verloren’ zoon stond centraal. Mattanja nodigde ons uit om met je buurman/vrouw in gesprek te gaan over de vraag: ‘Waarom was de vader blij toen de jongste zoon weer thuis kwam?’ Dat leek mij geen moeilijke vraag, welke vader zou niet blij zijn? Mijn gesprekspartner, Shahram, verwoordde het echter op een hele treffende manier (even in mijn woorden): de vader was blij omdat de zoon ontdekt had dat er geen betere plek was dan bij de vader.
Op een keer, toen zijn ezelinnen waren zoekgeraakt, zei Kis tegen zijn zoon: ’Vooruit, ga jij met een van de knechten de ezelinnen zoeken’. 1 Samuël 9:3
In het Hebreeuws wordt de vraag ‘mens waar je?’ samengevat in één woord: Ayeka.
Tijdens de inventarisatie van bijbelteksten met het Hebreeuwse begrip ‘hineni’ er in, raakte ik steeds dieper onder de indruk van de volhardendheid van God. Maar liefst 139 keer roept Hij het als het ware uit: ‘Zie Mij!’ ‘Kijk nou toch!’ ‘Hier moet je zijn!’ En de wereld holt maar door op weg naar nog meer polarisatie. God lijkt zo wel een roepende in de woestijn.
In Openbaring 1:8 maakt God zich bekend en laat zien wie Hij is:
Dat deed me denken aan het interview van ‘Bij Jorieke’ dat ik beluisterde op Groot Nieuws radio met Nikolaas Sintobin. Het ging over bidden met de Bijbel. Nikolaas is Jezuïet net als Paus Franciscus Jezuïet is, wist je dat?. Hij is bekend als ‘internetpastor’ en heeft diverse boeken geschreven.