God van Diversiteit

Je zou God met een gerust hart een God van diversiteit kunnen noemen. Laten we er voor waken, dat dat woordje ‘diversiteit’ niet gekaapt wordt door activistische types of misbruikt wordt om mensen te oormerken. Er zijn meerdere diversiteiten dan de eerste die u nu misschien te binnen schiet.

God is de ontwerper van de ‘bio diversiteit’, die door ons mensen steeds meer schade oploopt. Iedereen kijkt daarbij naar de boeren. Die hebben het gedaan en die moeten het dus oplossen. Wij consumenten hebben echter met ons koopgedrag een mega invloed die we kunnen inzetten. Dit is één diversiteit waar de komende jaren veel aan gedaan moet worden.

De afgelopen periode hebben we ook ‘gaven diversiteit’ ontdekt. We hebben aandacht besteed aan diverse categorieën gaven en aan de verschillende motivatiegaven uit Romeinen 12. Duidelijk is, dat iedereen anders is dan de ander. Daardoor kunnen we of elkaar aanvullen of niet matchen met elkaar. Het is overigens een keuze welke van de twee je in je relaties toelaat. Dit is niet iets wat ons overkomt, maar iets waar we voor kiezen. Ook hier is werk aan de winkel.

We kunnen tenslotte niet om de ‘gender diversiteit’ heen die er nu een keer is onder mensen. Soms lijkt het wel alsof we deze vorm van diversiteit aangrijpen om over te discussiëren zodat we het over andere diversiteiten maar niet hoeven te hebben. Misschien vindt u deze wel lastig, wel, dat mag. Dat neemt niet weg, dat we ook hier mee moeten leren omgaan.

Het is niet mijn bedoeling om een studie over diversiteiten te schrijven. Ik wil alleen laten zien dat er meer diversiteiten bestaan dan die ene. Al die diversiteiten kunnen een gemeente verdelen of tot een veelkleurig kunstwerk van onze schepper maken. Ook hier is onze keuze bepalend. Het kunstwerk kan alleen bestaan als wij samen gemeente willen zijn ondanks onze diversiteit.

Samen is een geschenk van God. Aan ons om dat geschenk aan te nemen en uit te pakken.

Gods zegen,
Willem Boorsma

Uit het gemeenteblad Cifrah - februari 2023

Vooruit kijken

We staan weer voor advent en het vieren van de geboorte van onze Here Jezus. Dit is volgens de traditie die we kennen ook de start van een nieuw kerkelijk jaar. Ook komt de jaarwisseling er weer aan. Daarmee is het een mooie tijd om de balans op te maken in je leven. De apostel Paulus schrijft in de brief aan de Filippenzen het volgende:

Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. (Filippenzen 3: 12–14, HSV)

Paulus maakt de balans op én neemt zich wat voor. Hij is er nog niet, maar hij jaagt het na. Hij weet zich het eigendom van Jezus Christus en dát neemt hem helemaal in beslag. Hij laat achter wat geweest is, leeft vandaag en strekt zich uit naar wat komt. Wat zou ik graag met Paulus hierover spreken en van hem leren hoe ik dat vandaag praktisch kan maken.

Soms krijgen liederen een bijzondere betekenis, doordat je ze koppelt aan een belangrijke fase of gebeurtenis in je leven. Voor mij is dat op dit moment het lied I speak Jesus van Charity Gayle. Hierna een deel van de tekst in het Engels:

I just wanna speak the name of Jesus
Over every heart and every mind
‘Cause I know there is peace within Your presence
I speak Jesus

I just wanna speak the name of Jesus
‘Til every dark addiction starts to break
Declaring there is hope and there is freedom
I speak Jesus

‘Cause Your name is power
Your name is healing
Your name is life
Break every stronghold
Shine through the shadows
Burn like a fire

Beluister het lied op YouTube

In dit lied ervaar ik dezelfde passie als in de tekst vanuit Filippenzen. We spreken de Naam van Jezus uit over onze familie, onze omgeving en onszelf. Mag ik vragen hoe jij deze tekst, het enthousiasme en verlangen ervaart? Probeer eens vanuit de bijbeltekst én liedtekst naar jezelf en je directe omgeving te kijken. Wat ervaar je dan? Welke hoop groeit? Het is mijn gebed dat je intens geniet van de nabijheid van onze Vader, Zoon en Geest én met Hem vooruit gaat kijken.

Ik bid je van harte zegen toe!
Martijn Rienstra

Uit het gemeenteblad Cifrah - december 2022

De belegde boterham

Kortgeleden hoorde ik een mooi verhaal over het luisteren naar een preek. Vrouwen zaten op een bankje in een park en spraken over de dienst van de afgelopen zondag. Zo ging het over de preek en wat hierin verteld werd. Voor de vrouwen was het moeilijk om terug te halen waar de preek over ging. Geheel onverwachts mengde een tuinman zich in dit gesprek. Zijn vraag aan de vrouwen was of ze nog wisten welk beleg ze een week geleden op hun boterham hadden. Dat konden de vrouwen zich niet herinneren. ‘Wel’, zei de tuinman, ‘ook al weet je niet wat op de boterham zat, toch heeft deze jullie wel gevoed.’

Wat een mooie gedachte. Zelf vind ik het ook lastig om concrete informatie van een preek goed te onthouden en zou ik willen dat mijn geheugen beter is. Maar wat goed om te weten dat elke preek voeding is van God voor je geest en ziel. De woorden die je hoort, raken je hart en komen binnen. Het belangrijkste is niet dat je kennis vergaart, maar dat je leven gevuld wordt met Gods gedachten en waarheid.

Als we samenkomen als gezin van God, dan is Hij aanwezig en reikt uit naar ons. God weet precies wat je nodig hebt. Hij geeft dat door woorden die gesproken worden, door liederen en muziek en door de ontmoeting met elkaar. Je mag deelhebben aan de maaltijd die God voor je bereid heeft, net als in Psalm 23 genoemd wordt. Te midden van alles wat plaatsvindt in je leven, mag je de voeding ontvangen die God voor je heeft.

Kom, eet en proef de goedheid van God, als je bij elkaar komt in Zijn Naam.

Wilma Oosterhuis

Uit het gemeenteblad Cifrah - oktober 2022

Kilo’s lichter de kerk uit

De podcast ‘Daders’ ging deze keer over Gerrit. Zijn voornaam is echt, zijn achternaam werd niet genoemd, wel dat hij 18 jaar in de gevangenis had gezeten en daarna nog drie maanden TBS. Gerrit had zijn schoonvader in koelen bloede vermoord en twee politieagenten ernstig verwond. De interviewer wilde alles weten over het hoe en waarom. En ik ook, want wanneer hoor je nu het levensverhaal van een echte moordenaar?! Spannend toch? Echter, na enige tijd maakte mijn nieuwsgierigheid plaats voor medeleven. Gerrit vertelde dat hij een teruggetrokken bestaan leidde en spijt had van zijn daden. (Bijna) iedere dag denkt hij terug aan wat hij gedaan had. En wat mij bijzonder raakte: hij vreest de dag dat hij voor de hemelse Rechter moet verschijnen, zo vertelde hij.

Als ik zijn schoonvader had gekend of de politieagenten waarop Gerrit geschoten had, dan had ik misschien gedacht: ‘Mooi, ga jij je leven maar gebukt onder een groot schuldgevoel’. Nu zette deze opmerking me aan tot een stevige zelfreflectie. Vind ik iemand nog steeds een moordenaar wanneer hij zijn straf heef uitgezeten? Ook wanneer hij spijt heeft van zijn daden? Heeft Gerrit ook mijn oordeel te vrezen wanneer ik hem zou ontmoeten?

Volgens mij draagt Gerrit iedere dag een zware last van schuldgevoelens met zich mee. Verzwaard door de samenleving (jij en ik dus) die hem nog steeds ziet als een moordenaar. Verzwaard door zijn beeld van God als Rechter die nog met hem zal afrekenen.

We willen als kerk een huis van genade zijn. Een kerk waar mensen een tweede kans krijgen. Waar we verkondigen dat Christus alle schuld op zich heeft genomen en we ‘no longer slaves’ zijn. We zouden als christenen Gerrit met open armen ontvangen (toch?) zodat hij beetje bij beetje zijn zware last bij het kruis kan achterlaten. En een nieuwe start kan maken.

De kans is klein dat Gerrit onze gemeente binnen wandelt. Hij woont in het zuiden van Nederland. Maar stel dat niet Gerrit maar Hendrik of Peter of Sandra of Erika die ook iedere dag kilo’s schuld meetorsen, wél bij ons in de buurt wonen, zouden zij weten dat je bij ons kilo’s lichter de kerk kunt verlaten? Of nog iets dichterbij: weten jij en ik als (trouwe) kerkganger dat we ieder zondag kilo’s kunnen kwijtraken? Wie wil dat nou niet? Zou je zeggen…

‘Een God van genade’, we gaan ervoor!
Harry van Wieren

Uit het gemeenteblad Cifrah - augustus 2022

De Fûgelhelling

Op een maandagavond een paar weken geleden was ik boven nog wat werkzaamheden aan het doen toen een van de onze zonen bij mij kwam om te vragen of ik wilde helpen met folders lopen. Hij had er het weekend geen tijd voor gehad en met een door buienradar aangekondigde fikse regenbui op komst begon hij hem te knijpen. Dus ik trok de regenjas en laarzen aan om hem te helpen. Mijn werk kon later op de avond ook nog wel; die folders moesten vandaag door de brievenbus vallen.

Al wandelend met een stapel folders fladderde er een piepklein koolmeesje langs mij neer in het gras. ‘Och, beestje toch’, bedacht ik en ik liep eerst door om vervolgens te kijken of hij er nog zat. Enigszins beduusd en ook wel moedig piepend zat het daar in de inmiddels al beginnende regen. ‘He, wat onhandig nu en stom ook’, waren mijn gedachten toen ik het van de grond pakte om te bedenken wat ik ermee moest. Toen besloot ik het eerst maar mee te nemen en zo belde ik aan bij een naburig huis voor een doosje waar ik ook nog een poging deed het koolmeesje afhandig te raken. Helaas was de buurtbewoner minder begaan en wenste mij met doosje en koolmeesje het allerbeste.

In de fietstas werd het koolmeesje eerst maar meegenomen op route en intussen belde ik met de Fûgelhelling. Die wilden zich wel ontfermen en voor half tien zou ik het vogeltje zeker nog langs kunnen brengen. Haastig liepen we in de inmiddels stromende regen onze route en doorweekt gingen we negen uur huiswaarts waar mijn computer nog steeds smeekte om aandacht. Compassie komt veelal zo onhandig uit!! Een droge broek en de autosleutels waren snel gepakt en ruimschoots voor half tien bereikte ik de Fûgelhelling waar ik het koolmeesje overhandigde.

In de dagen daarna was ik wat aan het mijmeren over dit voorval. Naast de onhandigheid en slechte timing waarop ik met ontferming bewogen werd waren er meer levenslessen die dit koolmeesje mij leerde.

In Mattheus 6:26 gebruikt Jezus in de Bergrede een vogel als beeld van Gods trouw en zorg voor ons. ‘Kijk naar de vogels in de lucht (of het natte gras): ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie Hemelse Vader die ze voedt.’

Kijk naar de vogels, die overmoedig hun vleugels uitslaan, menen al te kunnen vliegen, het warme nest al te kunnen verlaten om eigen weg te gaan. Als er dan al een mensenkind begaan is met die overmoed, met een piepend vogeltje in het gras. Hoeveel te meer zal je Vader in de Hemel dan niet moeite doen om een doosje te vinden, je daarin te stoppen en door de regen op pad te nemen richting een Fûgelhelling waar je mag aansterken, mag bijkomen om het daarna weer opnieuw te proberen.

Kunnen wij dat voor elkaar zijn? Een paar warme handen openhouden? Een doosje aanreiken? Aan wie vermoeid is, verward en angstig is, aan wie ziek en verzwakt is. Wil je dan een Fûgelhelling zijn? Waar je broer of zus even kan schuilen? Kan aansterken? Ook wanneer het niet uitkomt, de timing zo ongelukkig is en de omstandigheden verre van ideaal?

Een lieve medewerker van de Fûgelhelling beoordeelde bij overhandigen het inmiddels weer driftig piepende koolmeesje en besloot het gauw bij ‘de anderen’ te plaatsen. ‘Met een beetje hulp vliegt deze gauw.’ Want dat is waar koolmeesjes voor gemaakt zijn. Vliegen!

Hanna Swart

Uit het gemeenteblad Cifrah - juni 2022

Alleen bij God vindt mijn ziel rust

Alleen bij God vindt
mijn ziel haar rust
van Hem komt mijn redding
Hij alleen is mijn rots en
mijn redding,
mijn burcht, nooit zal ik wankelen.
Psalm 62

Vandaag zou het een zonnige dag zijn, zo’n heerlijke lentezondag. Buiten zie ik een boom vol bloesem die straalt in de regen, naast bomen die er zo doods uitzien, dat je je afvraagt of er nog leven in komt. Het is een gekke tijd. Niet alleen in de natuur, ook in de wereld.

Eén man valt Oekraïne binnen omdat hij vindt dat het van hem (of moedertje Rusland) hoort te zijn. De acties van die ene man, omweven met leugens of op zijn minst halve waarheden, beïnvloeden de hele wereld. Tekort aan gas. Tekort aan graan, te kort aan eten voor met name de armere contreien. En ondertussen raken we bijna gewend aan de verschrikkelijke foto’s van vluchtelingen. Ik stel me voor dat het ons overkomt. Het huis waar we nu een aantal jaren zo hard aan gewerkt hebben, in puin. Ons spaarpotje dat we opbouwen voor pensioen (als zelfstandige ondernemer), daar kunnen we niet meer bij. De spulletjes die we met veel liefde bij elkaar verzamelden, worden geroofd, kapotgeschoten, vernietigd. De hypotheek blijft staan. Nico moet in het leger, ik moet alleen vluchten, mijn ouders, willen die mee of liever in Twente blijven? Mijn kinderen? Die hebben een eigen leven, dus alleen?  Waar moet ik heen? Geen medicijnen bij de hand, geen passende kleding – hopelijk nog een harde schijf (met mijn diploma’s gedigitaliseerd), en met alleen nog mijn leven. Maar wat is daar nog van over …

Als ik er zo over nadenk, word ik bijna misselijk van machteloosheid; een gevoel dat ook overheerst wanneer je de beelden van overstromingen in Australië ziet, een realiteit die je niet voor mogelijk had gehouden in juist dat land. Ook daar raken mensen alles kwijt, en moeten zichzelf opnieuw uitvinden.

Dichter bij huis, bereiden we ons voor op ons PowerParent weekend, voor mensen met verscheurde huwelijken, mensen die zichzelf volledig kwijtraakten, zichzelf opnieuw moeten uitvinden, omdat alles hen bij de handen afgebroken is in de scheiding. Verdwenen het zelfrespect, relaties, je huis en haard in veel gevallen, soms je baan. Je herinneringen besmeurd, wat was waar, wat blijft staan? Bij iedere bijzondere gebeurtenis met kinderen, waar beide ouders worden verwacht weer de confrontatie en pijn.

Of nog heftiger: vechten mensen; jong en oud voor hun leven tegen ziektes die menselijkerwijze niet te overwinnen zijn. Heer ontferm u.

David kende de realiteit van gebrokenheid op alle mogelijke manieren. Hij kende zijn eigen verlangens die hem tot verkeerde keuzes hadden geleid: overspel, moord. Hij wist wat het was om zelf vervolgd te worden door hooggeplaatsten (koning Saul) en zijn kinderen (Absalom), hoe hij het liefst moeilijke dingen en de confrontatie die erbij hoorde uit de weg ging (verkrachting in zijn gezin) als hij het niet met zijn vuisten kon uitvechten. Hij was een krijgsheer, goed in het voeren van oorlog, een tacticus. Hij genoot van het leven als dat kon, hij weet waarover hij spreekt. Had in al zijn menszijn en gebrokenheid een diepe relatie met God. Vriend – noemt God hem.

Als we het van iemand serieus mogen nemen is het van David: alleen bij God vindt mijn ziel rust. De wereld blijkt niet maakbaar. We dachten dat we aardig de controle hadden misschien, maar het blijkt een illusie. Tegelijkertijd zien we dat onze invloed klein is. Dat grote woorden gebruiken makkelijk is, maar dat de bijbehorende daden (en haar consequenties) voor ons moeilijk zijn; want ‘What’s next’?

We willen zo graag dat alles een beetje bij het oude blijft … een beetje liefde, een beetje vrede … Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust. Dicht bij Hem blijven. Weten dat Hij onze rots en redding is. Leven vanuit de wetenschap dat wat ons ook overkomt, Hij met ons is. Erkennen dat we het niet moeten hebben van ons leger of onze materiële zaken.

Dat bid ik ons allemaal toe: de wetenschap dat de macht van God is, dat Hij liefdevol is en letterlijk onze vrede is. Het kwaad van vernietiging dat steeds meer gezichten krijgt, is overwonnen in het kruiswerk van Christus. Laten we in die wetenschap elkaar vasthouden, bemoedigen en steunen. Laten we ook vanuit die werkelijkheid ons uitstrekken naar de vluchtelingen, de moeders en hun kinderen, veraf en dichtbij en zo deelgenoten en getuigen zijn van die vrede – die alle verstand te boven gaat.

Want de bomen gaan weer bloeien, wapens zullen worden omgesmeed tot ploegscharen, we strekken ons uit, vol verlangen, naar die vrede!

Marja Krans 

Uit het gemeenteblad Cifrah - april 2022

Historische ervaring

We zitten met zijn allen in een historische ervaring. We maken een pandemie mee, zoals die alleen in geschiedenisboekjes voorkomt. In 2009 werd voor het laatst een pandemie afgekondigd door de WHO, de zogenaamde Mexicaanse griep. Waar we nu inzitten, had een eeuw geleden tot een immens drama geleid, misschien wel vergelijkbaar met de Spaanse griep.

Wat die vergelijking betreft komen we er goed voor weg. Alleen, je zult maar een dierbare hebben verloren of nog steeds kampen met naweeën van een besmetting. Dat verdriet blijft, ook als zo’n pandemie achter de rug is. Dat kan zomaar tot een tweedeling leiden: getroffenen en niet getroffenen. Laten we daarom als straks alles weer, mag oog houden voor hen die alles niet meer kunnen of durven.

Wat ook een tweedeling oplevert is de manier waarop gevaccineerden en ongevaccineerden met elkaar omgaan. Het lijkt er op, dat als je doet wat ik goed vind (behave) en je mijn overtuiging deelt (believe) je er bij mag horen (belong). Laten we daar overheen stappen met elkaar. Er is geen enkele reden om bang voor elkaar te zijn. Je ongevaccineerde broeder of zuster is niet melaats of zo. Ook dan nog zou Jezus hem of haar overigens gewoon aanraken. Andersom is je gevaccineerde broeder of zuster ook niet gevaarlijk. Wat we wel beiden zijn, is broeders en zusters door het geloof in Jezus Christus, die samen een historische gebeurtenis hebben meegemaakt.

Als Jezus nu op aarde had rondgelopen, had Hij naar mijn overtuiging nog steeds mensen uitgenodigd met de woorden: ‘Volg Mij.’ Daarbij vroeg Hij niet om een QR code. Hij nam geen select gezelschap gelijkgestemden mee, in tegendeel. Het zal voor de vrijheidsstrijder Judas de Zeloot best pittig geweest zijn toen Jezus tegen de tollenaar Mattheüs zei: ‘Volg Mij.’ Zomaar iemand uit het andere kamp, waarmee hij moest optrekken. Zou Jezus hen misschien aan elkaar gekoppeld hebben toen hij zijn discipelen er twee aan twee op uitstuurde?

Toen de eerste lockdown werd afgekondigd, zeiden we tegen elkaar: ‘Mooi, even doorpakken, dan zijn we er met Pasen vanaf.’ Dat lijkt uit te komen, alleen twee jaar later dan gedacht. Nu de maatregelen in Engeland worden ingetrokken, is het niet ondenkbaar dat de rest van Europa  binnenkort ook weer open gaat. Opnieuw een historische ervaring. Ik hoop dat u niet zo verzot bent geworden op TV kerkdiensten, dat u die inruilt voor samenkomsten aan de Brouwerssingel.

Ik heb het vaak genoemd: ‘Je kunt op internet veel betere preken horen en veel betere muziek dan bij ons.’ (niet persoonlijk bedoeld!) Maar elkaar ontmoeten en samen koffiedrinken gaat niet online. Ik hoop u binnenkort weer live te mogen ontmoeten zonder QR code. Ik ga u niet vragen of u wel of niet gevaccineerd bent. Ik heb het liever met u over Jezus en wat Hij voor u en mij betekent. Dat is per slot van rekening een ervaring met eeuwigheidswaarde.

Ik hoop tot spoedig, Gods zegen,
Willem Boorsma

Uit het gemeenteblad Cifrah - februari 2022

Alles nieuw

Advent is een tijd van aftellen. Aftellen voor wat gaat komen. Dit zorgt voor verwachting, omdat we iets groots én moois buiten onszelf verwachten. Als ik zelf een aftelklok meemaak, word ik bijna automatisch naar de klok getrokken. Soms wil ik niet kijken, maar doe ik het wel. Telkens opnieuw wordt mijn oog naar de klok getrokken. Ik wil het moment namelijk niet missen.

Met advent hoeven we niet meer af te tellen voor de geboorte van Jezus Christus. Die is gekomen en Hij is dé reden waarom wij leven en samen gemeente zijn. Dat mogen we van harte vieren. Ook mogen we erover vertellen. Advent en kerst zijn mooie feesten om geloof te delen en wat extra voor onze directe omgeving te doen. Mijn gebed is dat we daar ook dit jaar creatief in zullen zijn.

Toch tellen we met elke advent ook opnieuw af voor de komst van Jezus Christus. Hij komt een tweede keer. Deze komst is in bijna al zijn facetten anders dan zijn eerste. Met Kerst kwam Hij als baby, straks als Koning. Toen als martelaar, straks als Overwinnaar. Toen uit de baarmoeder van Maria, straks komt Hij op de wolken. Toen voor een paar mensen zichtbaar, straks zal elk oog Hem zien. Door Jezus is én wordt alles nieuw.

Soms krijgen liederen een bijzondere betekenis, doordat je ze koppelt aan een belangrijke fase of gebeurtenis in je leven. Voor mij is dat op dit moment het lied ‘Alles nieuw’ van Eline Bakker. Hierna een prachtig deel van de liedtekst:

U hebt de macht te restaureren
Dat wat van schoonheid is beroofd
In de vallei ontstaat nieuwe hoop
U wilt altijd iets moois creëren
Uit dat wat woest en ledig is
U blaast mijn kille hart nieuw leven in
U maakt alles nieuw

Alles nieuw, alles nieuw
Geen berg is te hoog
Geen dal te diep
U maakt alles nieuw

U bent in staat te renoveren
Dat wat verloren is verklaard
Vanuit de as zal ik weer opstaan
U laat zich niet intimideren
Door de bombarie van het kwaad
Daar waar U bent kan angst niet bestaan
U maakt alles nieuw, alles nieuw

Mijn gebed is dat deze liedtekst je intens raakt en aanmoedigt. Deze liedtekst doet mij telkens opnieuw denken aan Openbaring 21: 3-5 (HSV)

3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ 5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’

Johannes moest schrijven, zodat wij het konden horen en lezen. Het is betrouwbaar en waar. Vanaf het begin wil Vader wonen onder mensen. Hij laat zich kennen als Schepper en Herschepper. In én door ons geloof zijn we nu al een nieuwe schepping. Hoe bijzonder is het dat we straks deze herscheppende kracht in zijn volle glorie gaan zien, meemaken én wij voor altijd met God in nabijheid mogen leven. Met dit perspectief snap ik dat mijn ogen telkens opnieuw naar de aftelklok worden getrokken. Ik kan bijna niet wachten van enthousiasme en verlangen tot elk detail zichtbaar is.

Mag ik vragen hoe jij deze tekst, het enthousiasme en verlangen ervaart? Probeer eens vanuit deze tekst naar jezelf en je directe omgeving te kijken. Wat zie je dan? Welke verwachting groeit? Hoe zet het je in beweging? Misschien heb je veel antwoorden, misschien een paar. Kies er vandaag eentje uit en pas het toe of ga het doen. Ik ben benieuwd naar de verhalen die volgen.

Ik bid je van harte zegen en nabijheid toe!

Martijn Rienstra

Uit het gemeenteblad Cifrah - december 2021

Wees welkom Geest van God

Afgelopen zondag zongen we een lied wat me raakte:
Laat uw vrede en blijdschap regeren in dit huis.
Vul het met vreugde en maak het tot uw thuis.
Een veilige plaats, in de schaduw van het kruis.

Wat een mooie tekst, passend bij de weg die we gaan als gemeente. Ons verlangen is dat Gods vrede en blijdschap woont in ons midden. Dat Gods heerlijkheid zo aanwezig is, dat het een thuis en een veilige plek is. Een gemeenschap waar het kruis van Jezus centraal staat. Het is zo mooi dat dit kruis als een zichtbaar teken in onze kerkzaal hangt. Het lijden, sterven en de opstanding van Jezus is het fundament van ons leven en van onze gemeenschap. Door Hem zijn we verbonden met God en met elkaar.

Dit leven met Jezus werkt door in ons leven, het volgende couplet zegt:
Leer ons te leven uit liefde, zoals Jezus heeft gedaan.
Leid ons in waarheid en wijs ons waar te gaan.
Spreek tot ons hart, opdat wij U verstaan.

Waar Jezus het middelpunt is, woont liefde. Jezus wijst ons persoonlijk en als gemeente de weg. Wij weten niet wat voor ons ligt, maar God weet het wel en Hij wil voorzien in wat nodig is.

Het refrein nodigt Gods Geest uit om het huis te vullen:
Wees welkom, Geest van God.
Wees werkzaam onder ons.
Ga ons niet voorbij, vervul ons hier en nu.
Vul dit huis met meer van U.

Wat geweldig dat we zo dit nieuwe seizoen in mogen gaan. Ons uitstrekkend naar de Heilige Geest en groeiend in vrede en liefde. Verbonden met elkaar en op weg om een ‘(t)Huis van genade’ te zijn.

Wilma Oosterhuis

Beluister lied Opwekking 788

Uit het gemeenteblad Cifrah - oktober 2021

Een vals akkoord

Herbie Hancock is een wereldberoemde jazzpianist die samen met Miles Davis (ook een zeer beroemde jazzmuzikant, trompettist) optredens geeft. In een YouTube filmpje vertelt Herbie over een specifiek concert wat hij samen met Miles en nog een paar ander muzikanten geeft. Dat optreden gaat bijzonder goed, ze zitten echt helemaal in de juiste flow. Totdat Herbie plotseling een totaal verkeerd akkoord aanslaat op zijn piano. ‘It sounds like a big misstake’ (het klinkt als een grote fout) vertelt hij en van schrik stopt hij met spelen. De topmuzikant Miles reageert echter heel bijzonder: hij stopt heel even met spelen en vervolgens pakt hij het ‘valse akkoord’ op om een nieuwe wending aan het muziekstuk te geven. Herbie zegt: ‘Miles zag het niet als een fout maar als iets wat gebeurt om het vervolgens te verwerken in iets nieuws’.

Als je je leven als een muziekstuk ziet wat je samen met anderen speelt, dan zit hierin ook een mooie les voor ons. We doen allemaal ons uiterste best om in ons leven mooie muziek ten gehore te brengen. Maar soms slaan we een totaal verkeerd akkoord aan, het klinkt vals, het doet pijn aan de oren. Hoe mooi is het dan dat God niet van slag is, maar van onze valse akkoorden een nieuw muziekstuk weet te maken. En je uitnodigt om weer mee te spelen. ‘Dat is hoe we groeien’, zegt Herbie.

Hoe mooi is het wanneer we als gemeente diezelfde houding hebben. De ‘valse’ noten van de ander en jezelf (!) accepteren, met elkaar geduldig zoeken naar een nieuwe toonhoogte en met elkaar verder spelen. Zo gaan we samen met vallen en opstaan achter Jezus aan. Speel je mee?

Harry van Wieren

Uit het gemeenteblad Cifrah - augustus 2021