Schaap Sneeuwvlokje

Verhaal sneeuwvlokje

Sneeuwvlokje was een leuk lammetje.
De herder had haar zo genoemd,
omdat hij nog nooit zo'n mooi,
wit lammetje had gezien.


Schaap Sneeuwvlokje

Ze werd in de lente geboren, toen alle vruchtbomen bloeiden en de vogels zongen, en alles mooi groen was. Zelf had ze nog nooit een echt sneeuwvlokje gezien, want in het land waar ze geboren was, viel er alleen sneeuw in de bergen. Maar op een dag gebeurde er iets heel ergs. Toen kwam het lammetje te weten hoe een echt sneeuwvlokje er uit ziet. Luister maar.


Schaap Sneeuwvlokje

Elke morgen bracht de herder de schapen en de lammetjes naar de wei. Sneeuwvlokje probeerde altijd het eerste buiten te zijn, als de herder 's morgens vroeg de deur van de schaapskooi open deed. Dan was ze zo ongeduldig en wilde ze niets liever dan er maar meteen vandoor gaan, om malse hapjes gras te zoeken en heerlijk rond te springen. Soms zei de herder: "Nou, Sneeuwvlokje, niet zo'n haast hoor!" De herder hield erg veel van Sneeuwvlokje, ook al kreeg ze wel eens een tik met zijn staf, want Sneeuwvlokje was soms erg ondeugend. Het bergpad, waarlangs de herder zijn schapen naar de wei bracht, was hobbelig en hier en daar erg steil. Sneeuwvlokje dacht wei eens: "Zou er nu geen beter pad zijn waar we langs kunnen lopen?" Maar elke morgen liet de herder ze weer langs het zelfde pad gaan. De oudere schapen keken niet rechts of links. Zelfs niet wanneer ze langs de heerlijkste plekjes gras kwamen. Ze bleven altijd dicht bij de herder, net zolang, tot ze op de plaats kwamen, waar ze die dag zouden blijven. Dan gingen ze allemaal op zoek naar heerlijke malse hapjes gras, maar de meeste schapen bleven de hele dag toch dicht bij de herder. Sneeuwvlokje vond die schapen erg dom. Zij zocht veel liever op haar eentje naar lekkere hapjes.

Schaap Sneeuwvlokje

Een keer gebeurde het, dat er twee leeuwen uit het bos op de kudde afkwamen. Dat was een dag die Sneeuwvlokje nooit zal vergeten. Wat waren ze toen bang geweest. Gelukkig had de herder die leeuwen al lang zien aankomen. Hij deed een steentje in zijn slinger, en gooide het precies tegen de kop van één van de leeuwen.

Schaap Sneeuwvlokje

De leeuw begon te brullen en liep toen van pijn het bos in, samen met de andere leeuw. Die dag bleef Sneeuwvlokje heel dicht bij de herder, want stel je voor, dat de leeuwen terug kwamen. Bij de herder was je tenminste veilig.

Schaap Sneeuwvlokje

Maar als er geen leeuwen in de buurt waren, bleef Sneeuwvlokje liever op haar eentje wat ronddartelen. Ze vond het heerlijk, om voor al de anderen vooruit te lopen naar het heerlijke malse gras. Maar soms werd de herder een beetje boos, omdat hij niet altijd kon zien waar het lammetje naar toe ging. Dan riep hij: "Sneeuwvlokje, Sneeuwvlokje, kom terug!" Sneeuwvlokje nam dan nog gauw een paar lekkere hapjes en ging weer terug naar de kudde. Maar op een keer ging Sneeuwvlokje niet terug. Het liep tegen de winter en Sneeuwvlokje was al veel groter geworden. Ze voelde zich net zo sterk en groot als al die andere schapen. Het leek wel alsof ze overal overheen zou kunnen springen.

Schaap Sneeuwvlokje

Toen de herder hen op een morgen weer kwam halen en Sneeuwvlokje in het rond sprong, zei de herder: "Sneeuwvlokje, voorzichtig! Blijf vandaag maar dicht bij de kudde."

Schaap Sneeuwvlokje

Maar Sneeuwvlokje dacht: "Niks hoor, ik ben geen lammetje meer. Voordat de winter komt, wil ik nog eens lekker genieten van al die heerlijke groene hapjes en ik zal die oude, stijve schapen, die altijd zo dicht bij de herder blijven, eens laten zien, hoe fijn het is om in je eentje rond te dartelen." Die dag ging de herder niet zo ver van huis en het gras op die plaats was lang niet zo groen als op andere plaatsen waar ze geweest waren. Sneeuwvlokje dacht: "Nou, maar dan ga ik zelf wel een beter plekje zoeken hoor! Ik ga vandaag eens heerlijk genieten."

Schaap Sneeuwvlokje

Vlug klom ze verder omhoog, en daar zag ze ineens een prachtig stukje wei, met heerlijk mals gras. Ze moest over een paar rotsen springen, maar toen was ze er. En o, wat smulde ze. Plotseling begon het kouder te worden. De zon verdween achter de wolken. Er kwam een storm opzetten en Sneeuwvlokje begon bang te worden. Ze probeerde de weg terug te vinden en liep een stukje naar beneden, maar ze zag de herder niet meer en ook de andere schapen niet. Sneeuwvlokje wist niet wat ze moest doen. Ze liep heen en weer en het werd al donkerder en donkerder en het was zo koud.

Schaap Sneeuwvlokje

Toen Sneeuwvlokje van een rots naar beneden keek, zag ze in de verte plotseling de herder met de kudde. Ze begon te roepen: "Be, bee, be... herder kom me toch halen!" Maar de herder was veel te ver weg om haar te kunnen horen. Daarom probeerde ze zelf de weg naar de schaapskooi te vinden, en voorzichtig deed ze telkens een sprongetje naar beneden.

Schaap Sneeuwvlokje

Toen gebeurde er iets verschrikkelijks! Het arme schaapje gleed uit, omdat ze zo moe was. En ze viel van een hoge rots af, in een scherpe doornstruik. O, wat deed dat pijn. Er kwam bloed uit haar mooie vachtje. Ze probeerde zich los te maken maar het hielp allemaal niets. Wat was Sneeuwvlokje nu ongelukkig en verdrietig. Heel zachtjes begon ze weer te roepen: "Be, be, be... Herder kom me toch helpen. Herder, waar bent U? Ik ben zo alleen en ik heb zo'n pijn." Maar het leek wel of niemand iets hoorde. Het werd nacht en er vielen kleine witte vlokjes op haar vachtje. Die vlokjes waren zo wit als wol, maar ze waren vreselijk nat en koud. Nu begreep ze ineens waarom de herder haar Sneeuwvlokje had genoemd. De andere schapen zouden nu wel thuis zijn, heerlijk warm en veilig in de schaapskooi. Sneeuwvlokjes moeder zou haar nu wel missen en de herder ook, want iedere avond riep hij haar om wat olie op de zere plekken te gieten. Sneeuwvlokje liep altijd veel schrammen op, omdat ze zo vlak langs de struiken liep. Het werd hoe langer hoe kouder. Sneeuwvlokje was uitgeput, en kon haast niet meer blaten. Ze dacht dat ze misschien wel dood zou gaan. De herder zou haar ook vast niet meer kunnen vinden, want ze was zo'n eind weggelopen. Af en toe begon ze weer te blaten, maar niemand hoorde het schaapje en het was zo moe en zo koud. Maar wat was dat? Sneeuwvlokje richtte haar kopje op en spitste haar oren. Heel in de verte hoorde ze iets. "Sneeuwvlokje, Sneeuwvlokje" riep een stem. Oh, dat was de herder. En Sneeuwvlokje riep zo hard ze kon: Be, bee, be.... herder, kom, ik ben hier!" Het duurde nog wel eventjes, voordat de herder bij haar was. Hij moest over een gevaarlijke rots klimmen en zijn handen waren vreselijk geschaafd. Wat deed de herder veel moeite om bij Sneeuwvlokje te komen en haar te redden. Sneeuwvlokje durfde de herder haast niet aan te kijken.

Schaap Sneeuwvlokje

Voorzichtig haalde hij Sneeuwvlokje uit de doornstruik. Hij deed wat olie op de wonden en wikkelde het schaapje in zijn mantel. Daarna tilde hij Sneeuwvlokje op zijn schouders en zo gingen ze samen de lange weg weer terug. Ze moesten nog een heel eind lopen voor ze weer thuis, bij de andere schapen waren, maar gelukkig werd Sneeuwvlokje lekker warm onder de grote mantel van de schaapherder.

Schaap Sneeuwvlokje

Wat was de herder blij. Hij vertelde aan iedereen, dat Sneeuwvlokje weer terug was. En natuurlijk was Sneeuwvlokje ook blij en gelukkig. O, wat hield ze veel van de herder. Ze dacht: "Ik zal de herder nooit meer verdriet doen door weg te lopen, want nu weet ik, hoeveel hij van mij houdt."

De Here Jezus vertelde dit verhaal omdat wij net als de schapen zijn en ook vaak onze eigen weg kiezen en dan gaat het soms mis. Maar de Here Jezus houdt van ons, Hij zoekt ons op en neemt ons in zijn armen. We mogen bij Hem horen en Hij wil voor ons zorgen.

© 2007 - 2012 Evangelische Open Thuis Gemeente, Drachten